‘Ik gun deze gezinnen écht dat er iemand voor ze is’

geplaatst op: 20 juni 2022
laatst gewijzigd op: 20 juni 2022

Ze begon ooit als kraamverzorgster en werkte daarna 15 jaar als begeleider in een gezinsvervangend tehuis. Toen besloot Anneke Stroetinga (59) om naast deze baan de hbo-opleiding maatschappelijk werk te doen. In die functie zette zij ook een nieuwe dagbestedingslocatie op bij haar werkgever. Anneke: “Dat betekende veel organiseren en toen merkte ik dat de dienstverlenende rol mij toch beter ligt. Ik ben mensgericht en wil mensen gewoon graag recht doen. Dat kan ik het beste in 1 op 1 contact. Daarom ging ik terug naar de persoonlijke begeleiding. Inmiddels ben ik al jarenlang cliëntondersteuner bij MEE Noord.”

Door: Jacomien Wolfkamp

Anneke is een bondgenoot van het eerste uur bij Pilot 5. “Mijn werkgever vroeg wie er zin had om deel te nemen aan de pilot” vertelt ze. “Toen ik begreep dat ik me 3 uur per week in mocht zetten voor het hele gezin én breed mocht doen wat nodig was sprak mij dat erg aan. Door deze opzet kon ik alle 5 gezinnen die ik begeleidde rustig leren kennen. Omdat ik langdurig betrokken was hadden we samen de ruimte om te bespreken wat nodig was én kon ik anticiperen op de toekomst. Dat is een belangrijk verschil met een cliëntondersteuner. In die rol kun je alleen vraaggericht ondersteunen en dat zie ik als een manco van het systeem. Mensen moeten hun vraag kunnen verwoorden en dat kunnen ze vaak niet. Gewoon omdat ze niet de goede informatie hebben en er zoveel op ze afkomt.”

Chiel Egberts bedacht het model driehoekskunde. Dit beschrijft wat er gebeurt in de driehoeksverhouding van ouders, professionals en cliënt. En wat er hoort te gebeuren, want ouders vertrouwen hun kind niet zomaar toe aan vreemden. (red. Bron: https://www.drienamiek.nl/).

Met driehoekskunde uit de discussie en in de dialoog

Anneke: “Begeleiders zijn opgeleid om goed voor de cliënt te zorgen, maar niet voor de familie. Het vernieuwende van driehoekskunde is het uitgangspunt dat eerst de ouders er waren en daarna de cliënt. Als begeleider kom je pas veel later en ben je er maar tijdelijk. De cliënt is dus niet van jou, maar van zijn familie. Voordat ik bondgenoot werd ben ik ook trainer driehoekskunde geweest samen met 2 collega’s. We trainden vanuit casuïstiek 300 begeleiders bij de organisatie waar we werkten. Vaak ging die casuïstiek over ‘lastige ouders’. In de training maakten wij onze collega’s ervan bewust wat het voor ouders en familie betekent om de cliënt aan iemand toe te vertrouwen.”

“Ik heb driehoekskunde ook ingebracht in pilot 5” vertelt ze verder. “Gezinnen hebben veel hulpverleners en worden regelmatig teleurgesteld. Als bondgenoot moet je laten zien dat je betrouwbaar bent. Daarom moet je je best doen om contact te leggen en aan familie vragen of je erbij mag horen. Je kijkt met een driehoeksbril naar alles wat er op het bordje van een gezin ligt en wat er op hen afkomt. Als er onenigheid is met ouders over kwaliteit of complexiteit van zorg heeft dat er meestal mee te maken dat er niet goed naar elkaar wordt geluisterd. Daardoor ontstaat veel ellende. Neem dan de tijd om in de schoenen van de ander te gaan staan. Pas als alle partijen dat doen kom je uit de discussie en in de dialoog. Dat kost tijd en normaal gesproken is die er vaak niet. Gelukkig heb je die tijd als bondgenoot wel.”

Concrete meerwaarde bondgenoot

“Ik heb als bondgenoot dingen gedaan die ik als cliëntondersteuner nooit had kunnen doen” zegt Anneke. “Dat heeft alles te maken met de tijd en ruimte die ik kreeg. Ik heb bijvoorbeeld aan het zusje (13) van een gehandicapt meisje gevraagd wat ze leuk zou vinden om elkaar beter te leren kennen. Zij wilde graag samen een mooie taart maken, dat leek haar zo leuk. Dat werd een heel mooi gesprek waarin ik ook de dynamiek zag tussen dit meisje, haar moeder en haar zusje. Soms kon ik met simpele dingen veel betekenen. In een gezin met veel ambulante ondersteuning heb ik alle hulpverleners bij elkaar gebracht in een groepsapp. Als er nu iemand ziek is of uitvalt lossen ze het onderling op en ligt dat niet meer bij de ouders. Dat scheelt die mensen zoveel stress.”

“Mijn vertrouwensband met gezinnen vond ik een belangrijke meerwaarde. Daardoor kon ik anticiperen op de toekomst. Ik merkte bijvoorbeeld dat een moeder de zorg voor haar zoon fysiek niet meer goed aankon. Ik vroeg deze ouders toen hoe zij daarnaar keken en hoelang ze dachten dat hun kind nog thuis kunnen wonen. Moeilijke en pijnlijke vragen die je alleen kunt stellen als er vertrouwen is. Het bleek dat deze ouders niet goed wisten hoe de zorg georganiseerd is. Ze waren bang om hun kind kwijt te raken als hij in een zorginstelling zou wonen. Toen hebben we samen onderzocht wat ze zouden willen en wat goed zou voelen. We zijn ook voor een kennismaking bij een woonvorm geweest. Waarschijnlijk kan hun zoon daar over een jaartje naartoe. Omdat ik de tijd had om te overleggen, te zoeken, te bellen en mee te gaan konden we met deze rustige voorbereiding een plotselinge crisis voorkomen.”

Waakvlamfase

Anneke begeleidde de afgelopen twee jaar 5 gezinnen. “In de kennismakingsperiode kreeg ik een beeld van hun geschiedenis tot nu toe en de meest brandende vragen. Dan maakte ik een gezinsplan waarmee we in overleg aan ’t werk gingen. Tussendoor waren er altijd onvoorziene situaties en urgente zaken, maar na verloop van tijd merkte ik dat er vrij natuurlijk een waakvlamfase ontstond waarbij ik minder nodig was. Inmiddels zijn 3 van de 5 gezinnen in die fase beland. Maandelijks laten ze weten hoe het gaat en we kunnen de ondersteuning uitbreiden als dat nodig is.”

Je vertrekt bij MEE en hebt de gezinnen verteld dat je weggaat. Hoe hebben zij gereageerd?

Anneke: “Ze vonden het heel jammer want ze moeten toch weer aan iemand wennen Aan de andere kant merkte ik een soort gelatenheid, zo van het is niet anders. Het viel me niet mee om het de gezinnen te vertellen. Gelukkig kan ik alles overdragen aan een collega bondgenoot, daar ben ik wel heel blij mee.”

Hoop en verwachting voor de toekomst

Anneke: “Ik heb van dichtbij ervaren hoe zwaar de belasting is voor deze gezinnen en dat maakte veel indruk. Ik heb ontzettend veel respect voor deze mensen en gun het ze écht dat er gewoon iemand voor ze is als dat nodig is. Ik heb gezien hoeveel rust dat geeft.”

‹ nieuwsoverzicht

Uitgelicht

Jouw omgeving

Nieuwsbrief

Vorige Nieuwsbrief